The Bangu: de scherpe hartslag van de Chinese opera

3

Als je je ooit hebt afgevraagd wat die doordringende, droge scheur veroorzaakt midden in een traditionele Chinese operavoorstelling, dan luister je naar de bangu. Dit is niet alleen achtergrondpercussie. Het is de primaire tijdwaarnemer. Het snijdt door het lawaai.

Het instrument zelf is bedrieglijk eenvoudig. Het is een kleine frametrommel met een diameter van ongeveer 25 cm en een diepte van 10 cm. Denk aan een compacte, draagbare beat. Het lichaam is voorzien van een dierenhuid die over houten wiggen is gespannen. Een metalen band wikkelt alles samen voor spanning.

Maar het ontwerp heeft een slimme eigenaardigheid. De wiggen bereiken het midden niet. Dat kleine, ongerepte gebied wordt de guxin genoemd. Spelers slaan specifiek daar toe. Daar komt het scherpe, droge geluid vandaan.

Hoe de Bangu het ensemble leidt

Je zult deze trommel niet losjes op een tafel vinden. Het rust in zijn eigen speciale standaard. Waarom? Omdat de speler niet alleen de tijd bijhoudt. Zij leiden.

In Chinese kamermuziekensembles heeft de bangu -speler de leiding. Een of twee kleine bamboestokken worden gebruikt om op de trommel te slaan. Het ritme bepaalt het tempo voor alle anderen. Zonder dat valt het ensemble uit elkaar.

Het geluid is essentieel voor de esthetiek van de Chinese opera. Het is onderscheidend. Je kunt het niet verwarren met een basdrum of een cimbaal. Het is droog. Het is scherp. Het vraagt ​​aandacht.

Hoewel de thuisbasis het operapodium is, verschijnt de trommel ook in veel kamermuzieksettings. Het zorgt voor structuur. Het drijft de energie aan. En dat gebeurt vanuit een relatief kleine voetafdruk.

Is er een ander instrument dat zo’n onevenredige macht heeft in verhouding tot zijn omvang? Waarschijnlijk niet in dit genre. De guxin blijft het middelpunt. De stokken slaan. Het geluid klinkt. De muziek volgt.