Recente archeologische ontdekkingen in het Australische Arnhem Land laten zien dat de Tasmaanse tijger – een inmiddels uitgestorven vleesetend buideldier – waarschijnlijk veel langer op het vasteland bleef bestaan dan eerder werd aangenomen. Nieuwe analyses van oude inheemse rotstekeningen tonen deze dieren naast Tasmaanse duivels, wat erop wijst dat ze tot 1000 jaar geleden in Noord-Australië floreerden. Dit daagt het conventionele begrip van hun uitstervingstijdlijn uit en benadrukt de cruciale rol van inheemse kennis bij het hervormen van ons begrip van het verleden.
Het uitstervingsverhaal herschrijven
Decennia lang heeft de geaccepteerde tijdlijn de verdwijning van de Tasmaanse tijger van het vasteland ongeveer 3000 jaar geleden geplaatst, waarbij de laatste bevestigde aanwezigheid op het eiland Tasmanië eindigde in 1936. Deze nieuwe bevindingen – gedocumenteerd in het tijdschrift Archaeology in Oceania – tonen echter thylacines (Tasmaanse tijgers) en duivels in rotstekeningen die mogelijk minder dan 1000 jaar oud zijn.
De studie identificeerde ongeveer 14 nieuwe thylacine-afbeeldingen en twee duivelsafbeeldingen. Op één duivelstekening, ongeveer 40 cm lang, is een vis *over een deel ervan geschilderd, wat erop wijst dat het kunstwerk niet lang nadat het dier was verdwenen, is gemaakt. Een andere, grotere duivelstekening toont scherpe tanden en bevat ook viskunst over elkaar heen. De tijgerafbeeldingen variëren; sommige vertonen duidelijke strepen, andere niet, wat eerder duidt op artistieke keuzes dan op de afwezigheid van strepen bij de dieren zelf.
Waarom dit belangrijk is: een brug tussen wetenschap en inheemse kennis
Dit gaat niet alleen over het herschrijven van datums; het gaat erom te erkennen dat westerse wetenschappelijke tijdlijnen vaak botsen met de mondelinge geschiedenis van inheemse volkeren. De Aboriginals van Arnhem Land hebben de kennis over deze wezens al lang bewaard, inclusief verhalen over de Tasmaanse tijger als ‘huisdieren van de Regenboogslang’, een krachtige godheid in hun geloofssysteem. De rotstekeningen ondersteunen deze verhalen en duiden op een diepere culturele verbinding die verder reikt dan louter observatie.
Bijzonder opvallend is het gebruik van kaolien (pijpklei) in sommige schilderijen. Kaolien vervaagt sneller dan andere pigmenten zoals rode oker, wat impliceert dat deze afbeeldingen recenter zijn gemaakt, mogelijk door kunstenaars die deze dieren levend zagen.
Culturele betekenis die verder gaat dan overleven
De ontdekking werpt ook licht op het culturele belang van deze dieren voor inheemse gemeenschappen. Er zijn ongeveer 150 geverifieerde rotstekeningen van thylacines op het Australische vasteland, vergeleken met slechts 23 duivels. Dit suggereert dat de tijger een groter symbolisch gewicht had in de Aboriginal-cultuur, mogelijk gekoppeld aan spirituele overtuigingen of jachtpraktijken.
Onderzoekers werken samen met Aboriginal-gemeenschappen om de volledige betekenis van het kunstwerk te interpreteren, inclusief verbindingen met moderne ceremonies waarbij hoofdtooien lijken op die afgebeeld bij de tijgerafbeeldingen. Zelfs vandaag de dag blijft de Tasmaanse tijger voor velen in Oceanië een cultureel resonerend wezen, en niet slechts een historische voetnoot.
“De thylacine leeft voort… niet als een geest uit het verleden, maar als een betekenisvol wezen dat nog steeds relevant is voor het heden”, concluderen onderzoekers.
Dit onderzoek onderstreept de noodzaak van voortdurende samenwerking tussen archeologen, wetenschappers en inheemse gemeenschappen om een vollediger en nauwkeuriger begrip van de natuurlijke en culturele geschiedenis van Australië te ontsluiten.
